Make-up

Make-up (spreek uit: meek-up; soms ook decoratieve cosmetica genoemd) zijn verschillende middelen die worden gebruikt om het uiterlijk van een gezicht bepaalde accenten te geven. Deze procedure heet zich opmaken. Het gebruik ervan stamt al uit de tijd van Cleopatra en is wijd verspreid, vooral onder vrouwen in westerse landen. Ook op het toneel gebruikt men make-up (schmink), in de kunst van de grime om iemand om te toveren tot bijvoorbeeld een toverkol en een vlinder. Ook om het effect van het felle licht tegen te gaan.

Make-up wordt voor het eerst vermeld in de geschriften in de tijd van het oude Egypte alwaar men nog gebruik maakte van henna, gele- en rode oker, kopersulfaat, grafiet, malachiet en andere puur natuurlijke producten vermengd met olie en/of water om de substantie aan te kunnen brengen op het gelaat (en soms ook andere lichaamsdelen). Bekend is dat Griekse vrouwen kersensap op hun lippen smeerden, met de werking van een lippenstift. Ook in China wist men een vorm van make-up te gebruiken, de concubines van de keizer gebruikten krijt, kalk en cyanide om hun gezicht onnatuurlijk wit te kleuren.